Signaaloverdracht Naar De Evaluatie-Eenheid; 163 8.4 Repeater-Functie; Speciale Toestanden Beëindigen - Dräger Polytron 6100 EC WL Instrucciones De Uso

Ocultar thumbs Ver también para Polytron 6100 EC WL:
Tabla de contenido

Publicidad

Idiomas disponibles
  • ES

Idiomas disponibles

  • ESPAÑOL, página 80
8
Netwerkintegratie
8.1
Netwerkintegratie
Voor de netwerkintegratie tevens de documentatie van de gebruikte Access-
Point en System-Manager raadplegen.
Bij een Yokogawa-infrastructuur wordt het aanmaken van een YPIF-bestand
(inbedrijfstellingsbestand) door PolySoft ondersteund.
Zie Technisch handboek "Draadloze communicatie ISA100-Wireless
(bestelnr. 91 00 000, te downloaden op www.draeger.com/ifu) voor informatie
over:
Aanbevolen netwerkcomponenten
Aanmaken van het inbedrijfstellingsbestand (zie tevens HTML-hulppagina's
van PolySoft)
8.2

Signaaloverdracht naar de evaluatie-eenheid

Aanbevolen publicatiesnelheid (Publication Rate): 1x om de 10 seconden
(Yokogawa management-station)
Indien geen meetgas aanwezig is, voert het gasmeetinstrument alleen via elk
tweede tijdvenster gegevens uit (energiebesparingsmodus). Indien meetgas in
voldoende concentratie aanwezig is, worden alle tijdvensters gebruikt.
8.3
ISA100 Wireless
Het gasmeetinstrument voert ISA100 Wireless
attributen bij proceswaarden (PV, Engels "process value"), diagnosestatus
(DIAG_STATUS) en PROFIsafe-gegevens uit.
Zie voor aanvullende informatie: "Probleemoplossing", pagina 171.
Gebruiksaanwijzing
|
Dräger Polytron
TM
-standaardobjecten
-standaardobjecten met
®
6100 EC WL, Dräger Polytron
8.4
Repeater-functie
De functie kan in het kader van de netwerkintegratie geactiveerd of
gedeactiveerd worden. Voor energieoptimalisatie van het gasmeetinstrument
wordt een deactivatie aanbevolen, als er geen noodzaak op grond van de
netwerktopologie bestaat.
9
Bedrijf
"
9.1
Uitzonderingen
In de speciale toestand is een correcte meting of alarmgeving niet
gewaarborgd.
Speciale toestanden zijn:
Gasconcentratie buiten het meetbereik
Fouten
Kalibratie
Bumptest
Inloopfase
Onderhoudsmodus
Speciale toestanden worden in PolySoft weergegeven.
9.2
Speciale toestanden beëindigen
1. Storing identificeren:
a. Meetwaardestatus (PV_STATUS) controleren.
b. Instrumentstatus (DIAG_STATUS) controleren.
c. Instrumenttoestand met PolySoft uitlezen.
2. Met het verhelpen van storingen beginnen (zie "Probleemoplossing",
pagina 171) of voer de corrigerende maatregelen van PolySoft uit.
Fouten en waarschuwingen zijn niet zelfhoudend. Als de fout- of
waarschuwingsvoorwaarden worden opgeheven, wordt ook de betreffende
speciale toestand niet langer doorgegeven.
®
Repeater ISA
|
nl
Netwerkintegratie
169

Publicidad

Tabla de contenido
loading

Este manual también es adecuado para:

Polytron repeater isa

Tabla de contenido