Werkingstest Vóór De Implantatie; De Programmeerbare Klep Programmeren - Codman HAKIM Manual Del Usuario

Tabla de contenido

Publicidad

Idiomas disponibles
  • ES

Idiomas disponibles

  • ESPAÑOL, página 72
Werkingstest vóór de implantatie
Elke CODMAN HAKIM programmeerbare klep wordt afzonderlijk als
systeemonderdeel getest, zodat gewaarborgd is dat het product voldoet
aan de in de documentatie beschreven werkingseigenschappen. Elke klep
ondergaat een dynamische test bij zes verschillende instellingen van de
dynamische openingsdruk, verspreid over het gehele werkingsbereik.
Testen met een manometer wordt afgeraden, aangezien omgevingsfactoren
hierbij de testuitslagen kunnen beïnvloeden. Tests met de manometer
brengt niet-fysiologische uitslagen voort waarvoor fabrikanten geen
werkingsbereik specificeren. Indien de chirurg uitdrukkelijk wenst dat
de sluitdrukwaarden van CODMAN HAKIM kleppen met de manometer
wordt uitgevoerd, is dit mogelijk, maar het wordt niet aanbevolen. Bij een
correcte uitvoering levert een test met de manometer klepsluitdrukwaarden
op die gelijkwaardig zijn aan de door CODMAN HAKIM kleppen ingestelde
openingsdrukwaarde. De uitslagen van de sluitdruktest wijken doorgaans
echter waarneembaar af van de ingestelde openingsdrukwaarde.
Chirurgen die functietests willen uitvoeren worden verwezen naar paragraaf
Werkingstest vóór de implantatie in de bijlage.

De programmeerbare klep programmeren

Informatie over de programmer
WAARSCHUWING: CODMAN HAKIM programmeerbare kleppen
worden geleverd zonder specifiek geprogrammeerde druk en
moeten vóór het implanteren worden geprogrammeerd.
Het programmeren moet plaatsvinden vóór implantatie, door de niet-
steriele buitenverpakking heen. Zo nodig kunt u ook postoperatief
programmeren.
De programmer bestaat uit twee gedeelten, de programmeereenheid en
de zendereenheid. Het bedieningspaneel van de programmeereenheid
(figuur 5) is voorzien van een aan/uit-schakelaar, programmeerinstructies
en een beeldweergave van het programmeerbare gedeelte van
het klepsysteem zoals dat op een röntgenopname te zien is.
Deze beeldweergave toont ook de 18 selectieknoppen voor de
drukinstelling. Achttien LED's, die overeenstemmen met de positie van
de klepdrukindicator als deze op een röntgenopname bekeken wordt,
bevestigen de gekozen drukinstelling.
Nadat u op de gewenste drukselectieknop hebt gedrukt, licht in de
programmeereenheid een LED op. De positie van de verlichte LED
komt precies overeen met die van de drukindicator op de klep. Als het
programmeren begint, zendt de zendereenheid een sequentieel gecodeerd
elektromagnetisch signaal uit. De stappenmotor van de klep detecteert het
signaal en draait het nokmechanisme dat, op zijn beurt, de spanning van
de veer op de gekozen druk instelt.
Informatie over de zender
Opmerking: Deze informatie over zenders is UITSLUITEND van
toepassing op de CODMAN HAKIM programmers. Raadpleeg bij gebruik
van een andere Integra-programmer de bij die programmer gevoegde
gebruiksaanwijzing.
De zendereenheid (figuur 6) is voorzien van een verlichte opening in het
midden en van richtingspijlen waarmee de juiste positie boven de klep
kan worden bepaald. De zendereenheid is met een gevorkte stekker
op de programmeereenheid aangesloten en wordt geactiveerd door
de START-knop.
Pre-implantatieprocedure, kennismaking met
het programmeren
Voer, om u vertrouwd te maken met het programmeren van kleppen,
de volgende pre-implantatie-programmeerprocedure uit, terwijl de klep
in de blisterverpakking blijft.
1.
Steek de gevorkte stekker van de zendereenheid in de aansluiting
op de achterzijde van de programmeereenheid.
2.
Steek het snoer van de programmeereenheid in een geschikte
stroombron.
Opmerking: De instructies in de stappen 3 tot en met 6 gelden
UITSLUITEND voor de CODMAN HAKIM programmers. Raadpleeg
bij gebruik van een andere Integra-programmer de bij die programmer
gevoegde gebruiksaanwijzing.
3.
Druk de hoofdschakelaar in de ON-stand. Zowel de ON-knop als
instructie 1 op het paneel worden verlicht. Kies de knop voor de
gewenste druk; instructie 2 wordt verlicht.
4.
Plaats de vier tanden van de zendereenheid in de vier holtes in de
blister rond de inlaatklep. Zorg dat de pijl op de zendereenheid in
dezelfde richting wijst als de pijl op de blister (de richting van de flow).
Kijk door de verlichte opening in het midden van de zendereenheid.
LET OP: De zendereenheid mag tijdens het programmeren niet
worden verplaatst.
5.
Druk op de START-knop van de zendereenheid. Instructie 3 op het
bedieningspaneel wordt verlicht. Tijdens het programmeren lichten
de keuzeknoppen één voor één op totdat de gekozen drukinstelling
bereikt is.
6.
Als het programmeren voltooid is (in ongeveer vijf seconden), wordt
instructie 4 op het paneel even verlicht en klinkt een zoemer.
Procedure voor programmeren na implantatie
1.
Steek de gevorkte stekker van de zendereenheid in de aansluiting op
de achterzijde van de programmeereenheid.
43

Publicidad

Tabla de contenido
loading

Tabla de contenido